VOLG ONS LinkedIn Link Facebook Link RSS Feed Link Twitter Link

Piping Cargill

100 jaar TMS - Herinneringen uit Antwerpen

Jan Verheyden, nu calculator bij TMS, begint zijn carrière in 1979 op de sprinklerafdeling bij IMOB. Marc Dom start daar vijf jaar later, klimt op tot brigadier, wordt chef van de werkplaats en neemt vandaag voor TMS het magazijn onder zijn hoede. Op 30 november 2018 sluit hij zijn rijk gevulde carrière af en geniet hij van een welverdiend pensioen. Samen maken Jan en Marc een serie overnames mee (Segers – Brandt Groep – ISS) met als laatste in de rij TMS. Dat is in juni 2011. De twee collega’s kunnen wel een en ander vertellen over de afgelopen decennia. Wat is er veranderd? Wat is er net niet veranderd? En was het vroeger beter?

 


Never change a winning team

Marc: ‘Vroeger begon je als jonge knaap te werken en dan liep je een paar jaar mee met een ervaren stielman die je al doende de kneepjes van het vak bijbracht. Je voerde de opdrachten met z’n tweeën uit; als jongere nam je dan de zwaardere stukken voor je rekening en de oudere collega werd op die manier wat ontlast.’
‘Wij begonnen na school ergens te werken en bleven daar, we waren heel standvastig’, vertelt Jan. ‘We dachten er niet aan om van job te veranderen. Zo zijn we niet opgevoed, we waren blij dat we werk hadden. Nu is dat anders. Jongeren veranderen veel sneller van werkgever, proberen een paar jaar en als ze denken dat het ergens anders beter is, zijn ze weg. Dat is niet typisch voor TMS, dat is overal zo. Het is echt een generatieverschil.’


Voor sfeer en gezelligheid: een 10

Jan: ‘Wij – de oudere generatie – vinden dat wel jammer. De sfeer was vroeger anders. Je collega’s waren je kameraden. Iedereen kende iedereen en de samenhorigheid was groot. Werd er iets georganiseerd voor het personeel, dan was het uitzonderlijk dat iemand niet kwam. Dat gebeurde bij wijze van spreken enkel als die persoon ziek was of als er iemand van het gezin in het ziekenhuis lag. Nu heeft iedereen een drukke agenda en als er net iets anders gepland staat, moet het bedrijfsevent daarvoor wijken.’


Fun fun fun

‘Er werd meer gelachen ook’, vindt Marc. ‘We haalden veel meer grappen uit onder mekaar. Zo strooiden we wel eens grafietpoeder in iemand zijn schoenen. Dat is heel fijn poeder dat bijvoorbeeld wordt gebruikt om plastic te kleuren. Het ‘slachtoffer’ doet dan nietsvermoedend zijn schoenen aan maar als hij wat begint te bewegen en te zweten, dan kruipt dat poeder omhoog. Niet zomaar tot aan je enkels maar helemaal tot in je nek! Het nestelt zich in je haar en in je wenkbrauwen. En begin dan maar eens te wassen. Je krijgt dat bijna niet van je huid. Die mannen zagen er dan een paar dagen uit als mijnwerkers. Als ze erachter kwamen dat jij hen dat geflikt had, dan moest je zelf je schoenen wel goed in het oog houden natuurlijk!’


De glazen tap

Of nieuwe mensen om niet bestaand gereedschap sturen; bijvoorbeeld om een luchthaak. Het beste verhaal in dat genre is wel dat van de Glazen Tap. Jan vertelt: ‘Er was dus een nieuwe collega begonnen – Frans heette hij – en we gaven hem de opdracht om een glazen tap te gaan halen. Dus hij gaat naar de afdeling waar wij gezegd hadden dat hij moest zijn maar daar konden ze hem natuurlijk niet helpen want een glazen tap bestaat niet. Maar die collega’s hadden meteen door wat er aan de hand was en die zeiden ‘oh, die is hier niet maar ga daar en daar eens kijken, misschien dat die daar ligt’. En zo werd die arme mens van het kastje naar de muur gestuurd. Nu was dat verder wel een plantrekker dus toen hij overal gevraagd had en nog steeds geen glazen tap had, sprong hij op zijn fiets en reed hij naar Galler op de Italiëlei – we zaten toen nog op de Noorderlaan – om er een te gaan kopen. Daar kwam natuurlijk de aap uit de mouw… Hij kon er wel mee lachen maar is tegenover ons altijd een beetje wantrouwig gebleven. Je zou voor minder natuurlijk. Tot aan zijn pensioen zijn we hem Glazen Tap blijven noemen. En je ziet, we denken nog aan hem want het verhaal komt regelmatig terug boven.’


Een emmer schimmekes

Natuurlijk kan het omgekeerde ook gebeuren, daar weet Marc alles van. ‘Mijn vader werkte bij Mercantile (nu Storck) en als kind al hoorde ik hem altijd van die straffe verhalen vertellen. En zoals dat vroeger ging op 30 juni was het schooljaar uit en op 1 juli zei mijn vader: ‘Kom, Marc, ga maar mee naar Mercantile, ze hebben daar wel een jobke voor u.’ Dus ik mee. In het begin deed ik klusjes in het magazijn en wat later moest ik een machinefitter helpen. Op een gegeven moment stuurt die man mij naar het magazijn om een emmer ‘schimmekes’ te gaan halen. Ik dacht: ‘ja lap, het is van dat maar daar trap ik mooi niet in.’ Ik speelde het spelletje mee, wandelde een poosje rond in de fabriek. Uiteindelijk ging ik braaf naar het magazijn en ik vraag om die bewuste schimmekes. Ik was al helemaal voorbereid op het lachsalvo dat daarop zou volgen. Maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan vraagt de magazijnier: ‘En hoeveel moet jij er hebben, jongen? En van welke dikte?’  ‘Ah, oei,’ stamelde ik, ‘eh, van alles wat alstublieft.’ Schimmekes bestaan dus echt!’
Schimmekes zijn vulplaten, ook bekend als shims (uit het Engels). In het Antwerps worden dat dan schimmekes.’


De ajuinzak

Vroeger werd het loon wekelijks in de hand uitbetaald. Marc vertelt: ‘Dat zat gewoon in een dubbelgevouwen A4 papier, aan de kanten gekleefd zodat dat een envelop was. We noemden dat de ajuinzak. Want als je die kreeg en je keek erin, dan kreeg je de tranen in je ogen! We kregen die op donderdag en dikwijls gingen we dan na het werk een pintje drinken. Er waren er ook die ’s middags al het café in doken, daar dan bleven hangen en een nachtje door deden. Het is meermaals gebeurd dat de personeelsdienst vrijdags telefoon kreeg van het thuisfront om te vragen of manlief op het werk was. Soms wel, soms niet. En een enkeling maakte het nog bonter, die bleef het hele weekend weg. Maar tegen dat die naar huis ging, was de volledige pré al opgesoupeerd.’


In het zak gezet

‘De omschakeling van het papieren zakje naar de overschrijving op de bankrekening was in dat opzicht een ferme verbetering’, vindt Jan. ‘Daar was niet iedereen het mee eens. Er waren er namelijk bij die thuis nooit verteld hadden dat ze bij nieuwjaar (13e maand) of voor de vakantie extra loon ontvingen. Dat extraatje werd namelijk meteen besteed op café. Maar nu dat rechtstreeks op de rekening kwam, konden ze dat niet langer verbergen voor thuis. Dan waren er echtgenotes die kwaad naar de personeelsdienst belden om te zeggen dat hun man jarenlang in het zak gezet was omdat hij vroeger nooit een dertiende maand of vakantiegeld gekregen had. ‘Ja, sorry, mevrouw, uw man heeft dat altijd correct ontvangen.’ Dan werd de woede verlegd van de personeelsdienst naar de echtgenoot met alle gevolgen van dien natuurlijk!’


Safety first

Jan: ‘Nog een grote verandering is het feit dat veiligheid tegenwoordig een van de belangrijkste aandachtspunten is. Toen wij bijna veertig jaar geleden begonnen, werd daar amper naar gekeken. De bakken bier werden bij wijze van spreken nog naar de werf gebracht. Je mocht gerust tijdens het werk een pintje drinken en een sigaretje roken. Veiligheidsschoenen of -kledij waren er niet of nauwelijks. Nu is dat ondenkbaar maar toen kon dat allemaal.’
‘Het is er bij ons in de loop der jaren ook wel ingehamerd’, vult Marc aan. ‘Zeker bij opdrachten voor de Havens van Antwerpen. Daar maken ze echt een punt van veiligheid. En maar goed ook. Het zijn risicovolle opdrachten die we uitvoeren voor raffinaderijen (Total Fina) en chemische mastodonten (BASF).’
Jan knikt bevestigend: ‘En omdat we in de havens altijd gericht zijn op veilig werken, nemen we dat mee naar klanten in andere sectoren. Wij kruipen niet zomaar ergens op, we bouwen eerst een veilige stelling.’
Marc: ‘Vroeger nam je een oude winterjas die nog kon dienen voor het werk. Maar TMS voorziet ons van alles wat we nodig hebben: schoenen, jassen (zomer/winter), T-shirts, handschoenen, potsen, helmen, noem maar op. En in de juiste maat, niet onbelangrijk! Zoveel jaar geleden werd alles in een maat besteld en dan moest je je pijpen of mouwen maar wat oprollen als je overall te groot was. Een passende maat zit toch een pak beter!’


Meet the Flinstones

‘Ook ons wagenpark is in niets meer te vergelijken met twee of drie decennia geleden’, zegt Marc, ‘het is eigenlijk onvoorstelbaar met wat voor wagens we vroeger op de werven reden! Als je iemand kende die een camionette van een jaar of tien oud verkocht, dan kon je die sowieso meebrengen want die konden we hier altijd nog wel gebruiken. Daar werd dan mee rondgereden op de werven.’
‘Het waren wagens van de Finstones!’, herinnert Jan zich nog goed. ‘Er waren erbij met grote gaten in de vloer zodat je de weg waarop je reed gewoon kon zien. Of met deuren die niet goed sloten, die moest de bijrijder dan vasthouden tijdens het rijden. Om nog niet te spreken over camionettes met schuifdeuren. Die werden telkens loeihard dichtgeknald waardoor ze op den duur niet meer goed sloten. Dan haalden sommigen die deur er gewoon uit en reden ze zonder verder. Tot het winter werd; dan werd dat te koud en zetten ze die deur er weer terug in. Verzekerd waren die wagens dikwijls niet, hadden geen nummerplaat en reden nog op rode diesel. Die reden ook uitsluitend op de werf, nooit op de weg. Als die naar een andere locatie moesten, dan werden die op een camion geladen en zo getransporteerd. Nu zijn zo’n situaties natuurlijk totaal ondenkbaar. Zeker bij TMS waar veiligheid en kwaliteit prioriteiten zijn. En maar goed ook.’


Waar is dat feestje?

‘Een personeelskas om eens een pintje te gaan drinken, hebben we altijd gehad’, vertelt Marc. ‘Maar sinds TMS hebben we al heel mooie evenementen meegemaakt.’ Beiden genieten als ze vertellen over de familiedagen. Jan: ‘In 2013 mochten we met z’n allen ¬– dus alle vestigingen – naar Suikerrock. Dat was fantastisch, van mij mogen ze dat gerust nog eens doen! Hetzelfde geldt voor de uitstap naar Planckendael. We konden de hele dag doen en laten wat we wilden in het park, kregen drank- en eetbonnetjes mee. En ‘s middags een heel verzorgde BBQ met alles erop en eraan.’
‘Dat zijn geweldige herinneringen om aan terug te denken en waar we thuis nog over praten’, beaamt Marc. ‘Het is wel jammer dat niet iedereen meegaat op die uitstappen. Het is juist heel fijn om eens iets te doen met je collega’s en het is toch anders dan een teambuildingactiviteit. Het is echt vrije tijd en ook tof om je familie eens kennis te laten maken met je collega’s. Ach ja, de afwezigen hebben ongelijk; wij kijken alvast uit naar het volgende feestje!’